I have a dream #projectblogboek

Een van de opdrachten voor #projectblogboek is een interview met een idool.

22-4

 

 

Echte idolen heb ik nooit gehad, nooit begrepen ook: superhelden bestaan niet (sorry, nerds!) en alle andere mensen moeten naar de wc zoals u en ik.

Er zijn veel mensen die ik bewonder, dat wel. Vaak omdat ze iets goed kunnen dat ik stiekem ook zou willen kunnen.

  • Een boek schrijven dat niet spannend is en je toch in zijn greep houdt, zoals Tom Lanoye met zijn Sprakeloos.
  • Een boek schrijven waarin geen woord te veel staat zoals Annie Proulx deed in The Shipping News;  of een rééks boeken schrijven waarin een sfeer en een personage zo treffend worden neergezet dat je terstond naar Botswana zou willen afreizen, zoals Alexander McCall Smith in de heerlijke reeks The n°1 Ladies Detective Agency.
  • Mensen die knappe foto’s maken en op jonge leeftijd genoeg doorzettingsvermogen hebben om zich op te werken tot de top van de fotografie (Stephan Vanfleteren, Bieke Depoorter).
  • Mensen die zelf voor hun zwaar gehandicapt kind zorgen, zoals Elise , die er nog grappig over kan schrijven ook.
  • Mensen die zichzelf blijven wars van sociale verwachtingen (hello, nerds! de echte welteverstaan – niet de yuppies met hun nerdbrillen en ook niet de semi nerds die via een youtube filmpje willen bewijzen hoe echt ze zijn – maar de eeuwig zichzelf-blijvende figuren aan wiens tafel de hippe vogels alleen aanschuiven als het niet anders kan, respect, ik meen dat).

Bon, geen idool, geen interview dus, voor deze tip ga ik moeten passen.

Maar. Door over het concept ‘interview’ na te denken kreeg ik wel inspiratie, waar projectblogboek tenslotte om te doen is. Beter nog: ik kan in één klap een jeugddroom laten uitkomen en een award accepteren. Weldra Inmiddels op deze website, komt dat zien, komt dat zien!

de sfeer van Kerstmis (2)

Kerstmis vieren op de Dominicaanse Republiek of op een Australisch strand, ik kan me er niets bij voorstellen. Zelfs hier, met deze mooie herfstzon, heb ik nog geen zin om afscheid te nemen van de zomer.

Maar naar het nieuwe kerst-filmpje van de Britse warenhuisketen John Lewis was ik wel nieuwsgierig. En ze maakten er opnieuw iets moois van, ik heb weer flink met mijn ogen geknipperd aan het einde.

(Kijk hier voor het, al even ontroerende, filmpje van vorig jaar.)

 

de puddingvis

Bij mijn grootmoeder was er elke avond zelfgemaakte pudding. Ik weet niet zeker of het echt elke avond was en ik kan het haar ook niet meer vragen, maar zo herinner ik het me. Meestal zat de pudding in aparte schaaltjes, maar ze had ook een puddingkom in de vorm van een vis. Een nogal uit de kluiten gewassen vis, en vermits ik haar enige kleinkind was, was er veel te veel pudding nodig om die vis te vullen. De vorm kwam dan ook alleen bij speciale gelegenheden uit de kast.

Toen ik deze zomer op de antiekmarkt van Tongeren een kleine puddingvorm zag moest ik dan ook geen twee keer nadenken. Een puddingvis maken echter bleek een ander paar mouwen. Na drie pogingen, van helemaal mislukt tot net niet gelukt, kocht ik gewoon een pakje Flan van dr. Oetker. (Leve dr. Oetker!)

Nog nooit eerder mijn kinderen ruzie weten maken om een vissekop. Gelukkig heeft een vis twee ogen en was de staart ook goed.

de puddingvis

voor gênante verhalen moet u bij mij zijn #projectblogboek

*zucht* projectblogboek… Als ik mijn manifesto schrijf (tip nummer zoveel uit datzelfde blogboek), zal daar zeker in staan “walk your talk”. Leven volgens de principes die je verkondigt, en omgekeerd niets veroordelen wat je zelf ook zou doen, ik vind dat belangrijk. Of in het klein: als ge zegt dat ge iets gaat doen, doe het dan ook. Dus als ik zeg dat ik aan #projectblogboek meedoe, dan doe ik ook mee aan #projectblogboek, punt andere lijn.
Over de volgorde heb ik gelukkig niets gezegd! Het interview met een idool, een sneak peek van een project, en wat was de volgende opdracht ook al weer – ik heb daar al veel te lang mijn hoofd over gebroken, het zal voor een andere keer zijn. Want daarnet schoot me plots een leuk gênant moment te binnen. En het goede eraan is:  de gêne was voor een keer niet aan mijn kant. Ideaal om schaamteloos te delen, dus.

Ik was, jàren geleden, op bezoek bij een vriendin, die pas samenwoonde met haar lief. Ik plofte in de zetel, en vanuit mijn ooghoeken zag ik plots iets wit komen piepen, tussen zitting en armleuning van de tweezitter. Ik viste het eruit, het was wat wij noemen een ‘zjwainke’ (zoals in joint de culasse). Een witte plastieken ring, zo’n 4 cm in diameter, ik zag niet dadelijk uit welk apparaat het zou kunnen komen. Ik zei iets scherpzinnigs als ‘hier, een zjwainke’. Waarop de vriendin, met een hoofd zo rood als twee tomaten, zich haastte om het ding in de vuilbak te gooien, terwijl haar lief stikkend van het lachen de kamer uitging. De rest van de avond verliep zonder incidenten. Ik had geen idee wat er zo gênant aan dat ringske was geweest.

Een jaar of wat later stelde mijn gynaecologe mij een nieuwe anticonceptiemiddel voor, de vaginale ring. Waarschijnlijk heeft zij zich toen op haar beurt afgevraagd waarom ik daar met zo’n idiote grijns zat, toen ze me er eentje liet zien.

Gênante verhalen waarin ikzelf de hoofdrol speel zijn er anders legio. Ik ben nogal impulsief, en hoewel het lijkt te minderen met de jaren bega ik nog geregeld stommiteiten.

Zoals luid claxonneren en heel boos kijken naar de chauffeur die voor mijn voeten reed – en ik was al te laat; en die een half uur later aan mij werd voorgesteld als de nieuwe directeur ad interim.

Of aan een collega die met krukken door de gang liep vragen wat hij had uitgespookt, terwijl de man gehandicapt bleek te zijn – ik had hem in de paar weken dat ik er werkte alleen nog maar aan een bureau zien zitten, ik had geen idee.

Of die keer dat ik iemand opbelde, en vlak nadat ik mijn naam had gezegd mij verslikte zodat ik alleen nog maar een soort gepiep kon voortbrengen en vervolgens de slappe lach kreeg, zó ambetant.

Of samen met enkele collega’s zitten grappen over de ietwat aparte hobby van een nieuwe collega (het helpen organiseren van een jaarlijkse parade in het een niet nadergenoemde Stad voor mensen met een bepaalde sexuele voorkeur, om geen namen te noemen, geef toe: het is een inkopper), en vervolgens rechtstaan en hem aan de tafel achter de kast zien zitten.

Tips tegen een rood hoofd, iemand ?

 

Stories brought to you as part of #projectblogboek
genant

 

pasta basta #5 rigatoni met pompoen en cipolata

Orange is the new black! De groene placemat vloekt een beetje, maar deze pasta heeft echt een prachtige oranje kleur. Weer een recept uit mijn Italiaans pastaboek geprobeerd, eentje met vlees zoals gezegd. Erg lekker als je van pompoen houdt (keukenlogica).

voor 4 personen

  • 500 rigatoni
  • 500g pompoen, in blokjes
  • 400g cipolata
  • 1 sjalot
  • 2 eetlepels rode wijn
  • saffraan
  • olijfolie, zout
.

Kook de pompoenblokjes, en kieper ze in een vergiet wanneer ze zacht zijn. Dan kan je de pot opnieuw gebruiken om de sjalot aan te fruiten in wat olijfolie. Doe dan ook de pompoen terug in de pot en voeg zout toe.
Knijp het gehakt uit de cipolata. Bak dit onder voortdurend roeren in een pan, blus met de wijn en voeg de saffraan toe. ‘Due bustine di zafferano’, zei mijn boek, wat zoveel wil zeggen als twee zakjes saffraan. Mijn saffraan zit niet in zakjes dus ik nam zomaar wat op goed geluk. Bak het vlees lang genoeg zodat het een beetje krokant begint te worden.
Kook intussen de pasta in gezouten water, en als de pompoen-puree wat droog is geworden, voeg er dan enkele eetlepels van het kookwater van de pasta aan toe. Alles mengen, eventueel wat parmezaan erover (oeps dat staat eigenlijk niet in het recept, zie ik nu – wij ♥ parmezaan) en klaar is het Halloween diner!

des ochtends #projectblogboek

22-3 ontbijt

 

 

Vijf foto’s van mijn ontbijt, here goes :

Foto 1. Deze foto werd niet in scène gezet. Ik kreeg dit eitje zo doorgeschoven van de zoon, vorige week. Ik nam een zwart-wit foto omdat ik hem wilde gebruiken voor de black & white challenge, en dat vind ik nu wel jammer, in kleur was het smakelijker geweest. Wij eten al eens geregeld een eitje bij het ontbijt, met in reepjes gesneden brood en wat zout.  #guiltypleasures

Op foto 2, die ik niet nam, staat een kommetje magere yoghurt met granola. Zodra die twee ingredienten gemengd zijn, ziet dat er niet meer uit, zelfs niet in de mooiste kommetjes (Pure by Pascale Naessens) #verjaardagscadeau

Foto 3, van nog zo’n kommetje magere yoghurt met granola, nam ik ook niet. Ik ben zonder enige twijfel een avondmens, een nachtraaf zelfs. ’s Ochtends ben ik al blij dat ik mezelf bij mekaar geraapt krijg, foto’s nemen van mijn ontbijt is een brug te ver.

Op foto 4, die ik ook niet nam, staat een boterham met abrikozenconfituur, want de granola was op. Zo’n boterham ziet er net zo uit als bij u.

Op foto 5, de laatste foto die ik niet nam, staat opnieuw een boterham want de granola was nog steeds op. Tussen deze boterham zit hagelslag (Callebaut puur, de enige echte), want het was zo’n ochtend.

Kan ik het goed maken van die foto’s, met mijn granola recept?granola

  • 200g havervlokken
  • het sap van 1 appelsien
  • een handvol pompoenpitten, pijnboompitten en/of gehakte noten.
  • 2 eetlepels hazelnootolie (in kleine flesjes te krijgen bij Delhaize)
  • 3 eetlepels vloeibare honing
  • een handvol rozijnen, gedroogde cranberries of fijngehakte gedroogde abrikozen

Doe de havervlokken in een kom samen met de noten of pitten, en roer er het appelsiensap door. Roer er vervolgens de notenolie onder, en als laatste de honing. Meer honing geeft grotere krokante brokken, met minder of geen honing blijft de haver meer gewoon euh, haverachtig. Spreid het mengsel zo dun mogelijk uit op een vel bakpapier (op een bakplaat), en zet ongeveer een half uur in de voorverwarmde oven op 150°. Laat afkoelen op het papier. Meng er dan de rozijnen, cranberries of abrikozenstukjes onder en bewaar in een luchtdichte doos. Eén tip: koop geen noten-pitten-rozijnen mengeling, want dan ben je een uur zoet met het uitsorteren van de rozijnen. Die verbranden namelijk in de oven en dat geeft een vieze vieze smaak. Been there, done that.

[review] waarvan wij droomden

Waarvan wij droomdenWaarvan wij droomden by Julie Otsuka
My rating: 4 of 5 stars

De oorspronkelijke titel van dit boek,’The buddha in the attic’, dekt de lading niet zo goed als de Nederlandse ‘waarvan wij droomden’, vind ik.

Otsuka laat in dit bijzondere boekje immers de Japanse picture brides aan het woord. (Tussen 1907 en 1920 kwamen in totaal 24000 meisjes en jonge vrouwen aan op Hawai en aan de westkust van de Verenigde Staten, uitgehuwelijkt aan Japanse immigranten op basis van een foto en een brief – een geschiedenis die mij behoorlijk onbekend was.)

Ontelbare anonieme vrouwen worden in enkele zinnen neergezet, vrouwen van verschillende afkomst, herkomst, leeftijd; sommige droomden van een beter leven, sommigen wilden alleen maar trouwen, anderen waren liefst nooit getrouwd, sommigen wilden onder het juk van hun familie uit, anderen wilden dolgraag geld kunnen sturen naar hun familie. Ze werden boerinnen, kamermeisjes, poetsvrouwen. Sommigen troffen het met hun man, anderen niet. Otsuka geeft met individuele stemmen hun collectieve geschiedenis weer, van hun ervaringen tijdens de oversteek, dromend van de knappe man op de foto, tot wanneer ze – vele illusies armer – tijdens WOII gedwongen werden hun huizen te verlaten.
Het boek volgt geen enkel personage diepgaand maar slingert zich een weg door ontelbare levens, met als rode draad het feit dat al deze vrouwen in dit nieuwe land met de onuitspreekbare taal altijd vreemdelingen zullen blijven.

Zoveel mensenlevens die voorbijgaan als een zucht in de wind, ook los van de migranten-thematiek word je hier een beetje stil van, een beetje ongemakkelijk ook.

Mooi.