Marokko (3)

Vroeg in de ochtend bracht een bus ons naar de luchthaven van Marrakech voor de terugreis. Enkele vlamingen vonden mekaar terug. Half slaperig had ik niets anders te doen dan te luistervinken.

‘En hoe is het bij jullie geweest?’

‘Bwah, nogal. ’t Eten was niet goed. De frieten waren altijd op. En spaghetti boloneis daar kennen ze niks van.’

‘Oei. Nee bij ons was ’t goed.  Alle dagen pizza, en friet en vlees enzo, en ook wat marokkaans eten. En ge kon zelf uwe pasta laten maken. Dan mocht ge drie dinges kiezen en maakten ze daar saus mee.’

‘Amai.’

‘En zijn jullie naar ’t dorpke geweest?’ 

Het dorpke in kwestie is Marrakech, de voormalige hoofdstad van Marokko, met een klein miljoen inwoners. Vergeleken met Antwerpen een dorp, dus.  Naar ’t dorpke waren ze wel geweest, ze hadden de citytrip met de bus gedaan. En of ze op dat plein geweest waren ? Ja, maar ze waren niet uitgestapt.

En dan te bedenken dat het in België intussen ook schoon weer was.

Djemaa El-Fna

place Djemaa El-Fna

Advertenties

op kamp

nestOorverdovend stil was het hier gisteren, nadat de kinderen op kamp waren vertrokken.
Perceptie is een vies beest. Een kwartier duurt zoveel langer wanneer de bus vertraging heeft, oneindig lang wanneer je wacht op belangrijk nieuws, en stelt niets voor wanneer je een leuke tijd hebt. Ons huis ligt er niet anders bij dan wanneer de kinderen een middag niet thuis zijn, of een avondje uit logeren. Dezelfde stilte vind ik dan zalig. Nu stond zelfs de trampoline er treurig bij.
Na enkele glazen cava en tapas op een fijn terras zag ik er al helemaal terug de goeie kanten van in. De tijdelijk herwonnen vrijheid gaat optimaal benut worden, want tien dagen, die gaan zo om zijn.

Buffalo Bill’s Wild West show

Deze keer gingen we ‘the day before’ eens niet naar Parijs, maar bleven in de Disney Village hangen. We keken onze ogen uit in de o-zo-kitscherige maar eigenlijk ook wel o-zo-leuke shops. In elke winkel ongevéér dezelfde hebbedingen, maar toch net niet helemaal, zodat je blijft zeggen ‘oh kijk hier!’ Daar zal wel een slimme marketing strategie achter zitten. ’s Avonds hadden we Buffalo Bill’s Wild West dinner show geboekt. Duur betaald entertainment, met een vast menu en drank inbegrepen, ik had me geen te hoge verwachtingen gesteld. Maar eerlijk, het leverde een onverwacht gezellige avond op. Het eten was bovendien 1 lekker, 2 veel, de bediening 3 vriendelijk en 4 efficient, kortom alles wat je niet in Disneyland verwacht. De show brengt het verhaal van ‘how the West was won’ zoals het 130 jaar geleden door Buffalo Bill moet zijn gebracht (en dus ver van de allesbehalve fraaie realiteit). Het interactieve spel-element tussen de 4 kleuren van het publiek, en de Mickey & Minnie intermezzo’s vond ik persoonlijk het minst interessant. Wel machtig: het moment dat een kudde bisons in een wolk van stof de arena komt binnengestormd.

De show was tweetalig engels-frans zodat we later op de avond, in onze krappe 4 persoons-hotelkamer, met onze kinderen de verovering van het westen nog eens hebben overgedaan, maar dan hoe het echt gegaan is. Best een geslaagde avond, vonden we allemaal.

Disneyland Parijs

Geniaal plan, grandioos gedeeltelijk mislukt!

De kinderen hadden maandag een schoolvrije dag. Vorig jaar gingen we op zo’n lokale verlofdag een dagje naar de Efteling, en dat bleek een fantastisch idee. Er was zo goed als geen volk, we wandelden zo de attracties in en uit, en deden sommige gewoon drie keer na mekaar. Met dat scenario in het achterhoofd gingen we dit keer voor Eurodisney. Helaas pindakaas, zelfs op een ordinaire  maandag 22 april (het internet heeft in elk geval geen weet van een feestdag), was het druk, druk, druk. Op het eerste gezicht leek het publiek even gemengd als altijd: gezinnen met kinderen klein en groot, koppeltjes, groepjes jongeren, grootouders met kleinkinderen. Na een tijdje viel het ons op dat het dan bij de familie-attracties wel druk was (wachtrijen tussen de 60 en 80 minuten), maar dat het bij de ‘grote’ attracties (Space Mountain, Indiana Jones,…) best meeviel, met rijen van 15 minuten. Waarschijnlijk waren het dan toch vooral niet-schoolplichtige kinderen, in het park. Door een paar FastPasses te nemen voor de familieattracties, en aan te schuiven bij de andere, ging het nog redelijk vlot.

Onze langste wachtrij bleek achteraf die voor het eten. Er stonden maar 3 verschillende gerechten op de kaart (waarbij dan nog het verschil tussen twee van die drie, de kip en de aardappelen, niet helemaal duidelijk was) en er liep een bataljon koks rond in de keuken, en toch schoot het van geen kanten op. Het zou natuurlijk kunnen dat dat zo hoort, om het thema goed te beleven, daar bij not-so-fast food Hakuna Matata (= Swahili voor ‘Wind je niet op’).  Volgende keer toch maar kiezen voor  ‘the Silver Spurs’ of het ‘Rocket Café’, als het zo zit.

Maar verder alles dik in orde, daar. De zon scheen, en de kinderen waren enthousiast. Negen jaar is een ideale leeftijd: nog niet te groot om zich uit te leven in het doolhof van Alice in Wonderland, en zich even af te vragen of de inktvis bij de Nautilus echt is, maar groot genoeg van lengte om overal op te mogen, en op te willen. Ik was zelf vergeten dat de Space Mountain rollercoaster drie keer overkop gaat, in het pikkedonker. ‘Of ze zou ingestapt zijn, had ze dat vooraf geweten?’ vroeg ik de dochter, na haar eerste looping ooit.  ‘Ja, maar dan zou ik wel zorgen gehad hebben.’

Het was dus een zorgeloze dag, daar in Marne-La-Vallée.  En we zijn ’s nachts ook weer veilig thuisgeraakt, waarvan akte.

Zeeland

De vuurtoren van Nieuw Haamstede ligt niet waar je vuurtorens over het algemeen verwacht, en ook nog niet eens bijna. Hij ligt in een woonwijk, en wordt door een kilometerbreed duingebied gescheiden van de zee. Dat ontdekten we na een lange, koude wandeling. Om één en ander te goed te maken is hij dan wel heel hoog. Met 53 m zou de Westerlichttoren één van de hoogste vuurtorens van Nederland zijn. Jammer genoeg is hij niet toegankelijk, dus om de zee te zien moesten we nog verder. Een paadje slingerde veelbelovend de duinen in. Links zagen we al een kudde Shetlandpony’s, dus sjokten we met hernieuwde energie tegen de ijskoude wind in omhoog. Dat was buiten de stichting Duinbehoud gerekend, en het hangslot op het hek. Broedgebied niet toegankelijk tussen 15 maart en 15 juli. De verleiding was groot om gewoon naast het hek te stappen (vertelde ik al hoe koud het was, en hoe moe de kinderen – we hadden al heel wat afgewandeld eerder op de dag). Maar het zal aan ons niet ligggen dat de meeuw dit jaar minder talrijk uit zijn ei komt. Dus keerden we op onze stappen terug, en probeerden een ander paadje. Dit keer gelukkig met succes. Er waren schelpen, teveel om op te rapen, en duinen om af te hollen.

We bezochten de Oosterscheldekering, en beklommen een eenzame toren. We aten slappe kibbeling, en zagen een familie chinezen emmers en bakken vol oesters rapen langs een verlaten strand. De kinderen vroegen zich af waarom iedereen er ‘alstu’ zegt en nooit ‘blieft’.  We logden meer geocaches in twee dagen dan het hele afgelopen jaar (daarover een andere keer meer).

Het waaide zo hard dat we een meeuw achteruit zagen vliegen.

We kwamen terug met een valies vol zand.

Enkele dagen Zeeland, het heeft deugd gedaan.